Operation Manual
103
Opnamefuncties
4
Deze camera heeft de volgende negen belichtingsfuncties.
Gebruik de functiekiezer om de belichtingsfunctie te wijzigen. (p.44)
Bij elke belichtingsfunctie zijn de volgende instellingen mogelijk.
De belichtingsfunctie wijzigen
Belichtings-
functie
Kenmerken
Belichtings-
correctie
Sluitertijd
wijzigen
Diafragma
wijzigen
Gevoe-
ligheid
wijzigen
Pagina
B
(Snelinstelling)
Voor het maken van
opnamen met volledig
automatische
instellingen.
××××p.105
e (Hyper-
program)
De sluitertijd en de
diafragmawaarde
worden automatisch
ingesteld in
overeenstemming met
Programmalijn voor
het maken van
opnamen met de juiste
belichting. U kunt met
de e-knoppen op de
voor- en achterzijde
schakelen tussen
sluitertijdvoorkeuze en
diafragmavoorkeuze.
zzzzp.106
K
(Gevoeligheids-
voorkeuze)
Stelt de sluitertijd en
de diafragmawaarde
automatisch in voor
de juiste belichting in
overeenstemming met
de ingestelde
gevoeligheid.
z ××
Anders
dan
AUTO
p.108
b (Sluit.
voorkeuze)
Instelling van de
gewenste sluitertijd
voor het vastleggen
van bewegende
onderwerpen.
zz× z p.110
c
(Diafragma-
voorkeuze)
Instelling van het
diafragma voor
controle over de
scherptediepte.
z × zzp.112
L
(Sluitertijd- en
Diafragma-
voorkeuze)
Stelt de gevoeligheid
automatisch zo in dat
de handmatig
ingestelde sluitertijd
en diafragmawaarde
de juiste belichting
opleveren in
overeenstemming met
de helderheid van het
onderwerp.
zzz
Alleen
AUTO
p.114
e_kb474.book Page 103 Wednesday, June 3, 2009 11:21 AM