Operation Manual
98
Opnamefuncties
4
Het diafragma openen
(diafragmawaarde verlagen)
Voorwerpen die dichterbij of verder weg zijn
dan het onderwerp waarop is scherpgesteld,
worden minder scherp. Als u bijvoorbeeld
een opname maakt van een bloem tegen
een landschapsachtergrond met een grote
diafragmaopening, wordt het landschap
voor en achter de bloem onscherp,
waardoor alleen de bloem wordt geaccentueerd.
Het diafragma sluiten
(diafragmawaarde verhogen)
Het scherptegebied neemt zowel dichtbij
als veraf toe. Als u bijvoorbeeld een
opname maakt van een bloem tegen een
landschapsachtergrond met een kleine
diafragmaopening, is ook het landschap
voor en achter de bloem scherp.
Diafragma en Scherptediepte
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de manier waarop
het diafragma van invloed is op de scherptediepte. De scherptediepte
is ook afhankelijk van het gebruikte objectief en de afstand tot het
onderwerp.
• De scherptediepte van de Q is afhankelijk van het objectief.
Maar vergeleken met een kleinbeeldcamera kunt u ongeveer één
diafragmawaarde lager gebruiken (het scherpstelbereik wordt kleiner).
• Hoe korter de brandpuntsafstand en hoe verder weg het onderwerp is,
hoe groter de scherptediepte (sommige zoomobjectieven hebben
geen schaal voor de scherptediepte vanwege hun bouwwijze).
Diafragma
Open
(Kleinere waarde)
Dicht
(Grotere waarde)
Scherptediepte Klein Groot
Scherptegebied Smal Groothoek
Brandpunts-
afstand objectief
Langer
(Tele-opname)
Korter
(Groothoek)
Afstand tot
onderwerp
Dichtbij Veraf
e_kb474.book Page 98 Wednesday, June 3, 2009 11:21 AM