Operation Manual
91
Basisbediening
3
U kunt de flits instellen in een bereik van -2.0 t/m +1.0.
De flitscorrectiewaarden zijn als volgt voor 1/3 LW en 1/2 LW.
Stel het stappeninterval in bij [1. LW-stappen] (p.136) in het menu
[A Pers.instelling 1].
1
Draai aan de e-knop aan
de achterzijde (S) in het
scherm [Flitsinstelling].
De flitsbelichtingscorrectiewaarde wordt
weergegeven.
Druk op de knop | als u de
flitsbelichtingscorrectiewaarde wilt
resetten naar 0.0.
Corrigeren van de flitsintensiteit
Stapinterval Flitscorrectiewaarde
1/3LW
-2,0, -1,7, -1,3, -1,0, -0,7, -0,3, 0,0, +0,3, +0,7, +1,0
1/2LW
-2,0, -1,5, -1,0, -0,5, 0,0, +0,5, +1,0
• De correctie van de flitsintensiteit kan niet worden ingesteld in de stand
B (Groen).
• N wordt weergegeven in de zoeker en op het LCD-display tijdens
de flitsbelichtingscorrectie. (p.40, p.42).
• Als de flitsintensiteit het maximum overschrijdt, zal de correctie geen effect
hebben, zelfs als de correctiewaarde wordt ingesteld naar de pluszijde (+).
• Corrigeren naar de minrichting (–) heeft mogelijk geen effect wanneer het
onderwerp te dichtbij is, het diafragma klein is of de gevoeligheid hoog is.
• De correctie van de flitsintensiteit werkt ook bij gebruik van externe flitsers
die automatisch P-DDL-flitsen ondersteunen.
Flitsinstelling
Flitser aan
Annul.
MENU
+0.3
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 91 Friday, October 15, 2010 5:15 PM