Operation Manual

85
Basisbediening
3
Gebruik van de ingebouwde flitser
Gebruik de volgende procedures als u opnamen wilt maken bij weinig
licht of tegenlicht en wanneer u de ingebouwde flitser wilt gebruiken.
De ingebouwde flitser werkt optimaal op een afstand van circa 0,7 m tot
5 m tot het onderwerp. Bij een afstand van minder dan 0,7 m wordt de
belichting niet juist ingesteld en kan er vignettering optreden (de hoeken
van de opname worden dan zwart vanwege een gebrek aan licht; deze
afstand varieert enigszins, afhankelijk van het gebruikte objectief
en de ingestelde gevoeligheid. (p.209))
Zie “De flitser gebruiken” (p.205) voor meer informatie over de ingebouwde
flitser en instructies voor het maken van opnamen met een externe flitser.
De flitsinstelling instellen
Flitsinstelling Functie
C
Auto ontladen flitser
Schakelt de flitser automatisch in als het
donker is of bij tegenlicht.
D
Auto + Anti Rode Ogen
Hiermee gaat eerst een voorflits
af om rode ogen tegen te gaan.
Daarna gaat de automatische flits af.
E
Flitser aan Schakelt de flitser in bij elke opname.
F
Flitser aan +
Anti Rode Ogen
Activeert een voorflits voor Anti Rode Ogen
voordat de hoofdflits afgaat.
Compatibiliteit van ingebouwde flitser en objectief
Afhankelijk van het gebruikte objectief en de opnamecondities kan
vignettering optreden. Wij raden u aan een testopname te maken
om de compatibiliteit te controleren.
1 Compatibiliteit objectief met de ingebouwde flitser (p.211)
Verwijder de zonnekap wanneer u de ingebouwde flitser gebruikt.
De ingebouwde flitser flitst volledig bij gebruik van objectieven
die geen functie hebben om de diafragmaring op het objectief
op s [Auto] te zetten.
K-5_OPM_DUT.book Page 85 Friday, October 15, 2010 5:15 PM