Operation Manual
393
Bijlage
11
De autofocus
werkt niet
Er kan moeilijk
worden
scherpgesteld
op het onderwerp
De autofocus kan niet goed scherpstellen
op onderwerpen met een laag contrast
(de lucht, witte muren, etc.), donkere
kleuren, ingewikkelde patronen,
onderwerpen die snel bewegen
of landschappen die door een raam
of netpatroon worden gefotografeerd.
Stel scherp op een ander onderwerp
op dezelfde afstand, richt vervolgens
op het onderwerp en druk de ontspanknop
helemaal in. Gebruik anders de
handmatige scherpstelling. (p.150)
Het onderwerp
bevindt zich niet
in het AF-veld
Plaats het onderwerp in het
scherpstelkader in het midden van de
zoeker. Valt het onderwerp buiten het
scherpstelkader, richt de camera dan op
het onderwerp, stel scherp en vergrendel
de scherpstelling (houd de ontspanknop tot
halverwege ingedrukt), kader het beeld
opnieuw uit en druk de ontspanknop
helemaal in. (p.148)
Het onderwerp
is te dichtbij
Neem meer afstand tot het onderwerp
en maak een opname.
Scherpstelstand
is ingesteld op
\
Zet de scherpstelstand-knop op l
of A. (p.139)
De scherp-
stelling kan niet
worden
vergrendeld
De scherp-
stelstand
is ingesteld
op k
Autofocus wordt niet vergrendeld
(scherpstelvergrendeling) als
de scherpstelstand wordt ingesteld
op k (A). De camera blijft
scherpstellen op het onderwerp wanneer
de ontspanknop tot halverwege wordt
ingedrukt. Als er een onderwerp is waarop
u wilt scherpstellen, schuift u de
scherpstelstand-knop naar l en
gebruikt u de scherp-stelvergrendeling.
(p.148)
Het functie
Belichtings-
geheugen
werkt niet
De belichtings-
functie is ingesteld
op de stand B,
p of M
Stel de belichtingsfunctie in op een
andere stand dan B (Snelinstelling),
p (Tijdopname) of M (Flitser X-sync
snelheid).
Probleem Oorzaak Oplossing
K-5_OPM_DUT.book Page 393 Friday, October 15, 2010 5:15 PM