Operation Manual

191
Opnamefuncties
4
* Indicatie 9 wordt weergegeven wanneer wordt overgegaan op Live
weergave nadat de compositie is gewijzigd bij [Compositie aanpassen]
(p.247) in het menu [A Opnamemodus 2].
* Indicatie 11 wordt weergegeven wanneer [Elektr. waterpas] is ingesteld
op O (Aan) (p.335). Wanneer de functie Elektronische waterpas
is toegewezen aan de knop |/Y (p.321), druk dan op de knop
|/Y om de weergave aan of uit te zetten.
* Indicatie 13 (Faseverschil AF-kader) wordt tijdens Live weergave wit
weergegeven. Als het onderwerp scherp is gesteld, wordt in plaats
hiervan een vierkant groen kader weergegeven. Dit kader wordt rood
als niet op het onderwerp scherp is gesteld. Het kader wordt niet
weergegeven wanneer de scherpstelstand is ingesteld \.
[
1234
]
+1.0
+1.0
2000 F2.8 3200
P
P
U SER
USER
SHIFT
SHIFT
11223344+5
-
5
ISO
[
37
]
2000 F2.8 400
P
P
ISO
12345678
14
15
12
19181716 20 21 22 23
11
9
10
13
Live weergave
(Alle indicaties zijn hier alleen voor uitlegdoeleinden weergegeven.)
1 Belichtingsfunctie
2 Flitsinstelling
3 Transportstand
4 Witbalans
5 Aangepaste opname
6 Uitgebreide Bracketing/
Dubbelopnamen/
Intervalopnamen/Digitaal
filter/HDR-opname
7 Aantal opnamen met gebruik
van Dubbelopnamen/Cross-
processing
8 Batterijniveau
9 De compositie wijzigen
10 Temperatuurwaarschuwing
11 Elektronische waterpas
12 Contrast AF-kader
13 Faseverschil AF-kader/
AF-punt
14 Belichtingscorrectie
15 Histogram
16 Belichtingsgeheugen
17 Sluitertijd
18 Diafragmawaarde
19 LW-balk
20 Gevoeligheid
21 Resterende opslagcapaciteit
22 Detectiekader belangrijkste
gezicht (Gezichtsher-
kenning AF)
23 Gezichtsherkenningskader
(Gezichtsherkenning AF)
K-5_OPM_DUT.book Page 191 Friday, October 15, 2010 5:15 PM