Operation Manual

129
Opnamefuncties
4
4
Draai aan de e-knop
op de achterzijde (S)
om het diafragma aan te passen.
De ingestelde waarden worden
weergegeven in het statusscherm
en de zoeker en op het LCD-display.
Terwijl u de sluitertijd of diafragmawaarde
wijzigt, wordt het verschil met
de juiste belichting (LW-waarde)
in een staafdiagram weergegeven.
De juiste belichting is ingesteld wanneer
V in het midden van de LW-balk staat.
Als dit symbool meer naar - staat, wordt
onderbelicht. Als dit symbool meer naar +
staat, wordt overbelicht. Als de waarde buiten het bereik van
de LW-balk valt (±5.0), of wanneer het onderwerp te helder
of te donker is, dan knippert “+” of “-”.
De gevoeligheid kan niet worden ingesteld op [AUTO] in de stand a.
Als de gevoeligheid is ingesteld op [AUTO] en de belichtingsfunctie
in de stand a wordt gezet, dan wordt de gevoeligheid ook gewijzigd
in de laagste waarde die is ingesteld bij “Het bereik voor automatische
gevoeligheidscorrectie instellen” (p.110).
De sluitertijd en het diafragma kunnen worden ingesteld in stappen van
1/3 LW of 1/2 LW. Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het
menu [A Pers.instelling 1]. (p.136)
Aangezien de staafdiagrammen in de
zoeker en op het LCD-display weergeven
in hoeverre de camera naar links of rechts
is gekanteld, wordt het verschil ten
opzichte van de juiste belichting weergegeven als een getal wanneer [Elektr.
waterpas] is ingesteld op O (Aan).
AF.S
1/
ISO
125
100
5.6
F
11223344+5
-
5
AWB
[
37
]
M
JPEG
16M
11
Afwijking van de juiste
belichting
K-5_OPM_DUT.book Page 129 Friday, October 15, 2010 5:15 PM