Operation Manual

121
Opnamefuncties
4
2
Controleer de sluitertijd en diafragmawaarde.
Controleer de instellingen met behulp van het statusscherm,
de zoeker of het LCD-display.
U kunt de gevoeligheid instellen op basis van de belichting van
het onderwerp.
Sluitertijd en diafragma worden automatisch ingesteld overeenkomstig
de ingestelde gevoeligheid om een juiste belichting te verkrijgen.
1
Zet de functiekiezer op K.
Stel de gewenste Programmalijn in bij [Programmalijn] in het menu
[A Opnamemodus 3]. (p.118)
Draai aan de e-knop op de achterkant (S) terwijl u op de knop m drukt,
om de belichtingscorrectiewaarde te wijzigen. (p.135)
De juiste belichting wordt met de geselecteerde sluitertijd en
diafragmawaarde wellicht niet verkregen als de gevoeligheid niet ingesteld
is op [AUTO] (p.108).
De stand K (Gevoeligheidsvoorkeuze) gebruiken
AF.S
1/
ISO
AUTO
125
100
5.6
F
11223344+5
-
5
AWB
JPEG
16M
[
37
]
P
11
11
K-5_OPM_DUT.book Page 121 Friday, October 15, 2010 5:15 PM