Operation Manual

118
Opnamefuncties
4
Programmalijn
Bij [Programmalijn] in het menu [A Opnamemodus 3] kunt u kiezen
uit de volgende programmalijnen. Wanneer [eLINE] wordt
geselecteerd voor de instelling van de knop | in de stand
e/K of L/a (p.318), dan wordt de belichting geregeld
in overeenstemming met de ingestelde programmalijn.
Instelling Kenmerken
j Auto De camera bepaalt de juiste instellingen.
k Normaal
Basisprogramma voor automatische belichting
(standaardinstelling)
l
Hogesnelheid-
voorkeuze
Programma voor automatische belichting waarbij
korte sluitertijden prioriteit krijgen.
m
Scherpte-
diepte groot
Programma voor automatische belichting waarbij
het diafragma zover mogelijk gesloten wordt voor
maximale scherptediepte.
n
Scherpte-
diepte klein
Programma voor automatische belichting waarbij
het diafragma zover mogelijk geopend wordt voor
minimale scherptediepte.
o MTF-voorkeuze
Programma voor automatische belichting waarbij
de beste diafragmawaarden voor het gekoppelde
objectief prioriteit krijgen als een DA-, DA L-, D FA-,
FA J- of FA-objectief wordt gebruikt.
Gebruik van een objectief met een diafragmaring
Zet het diafragma op de stand
s (AUTO) terwijl u de knop voor
automatische vergrendeling ingedrukt
houdt bij gebruik van een objectief met
een diafragmaring.
K-5_OPM_DUT.book Page 118 Friday, October 15, 2010 5:15 PM