Operation Manual

154
Opname-instellingen
6
De methode voor het verwerken van
opnamen instellen in de opnamestand
(Aangepaste opname)
Als u met behulp van Aangepaste opname de [Beeldtint] wijzigt, kunt
u instellingen aanpassen voor bijvoorbeeld kleur en contrast voordat
u een opname maakt.
U kunt voor Beeldtint één van de volgende zes standen kiezen: Helder, Natuurlijk,
Portret, Landschap, Levendig en Monochroom.
De standaardinstelling is afhankelijk van de instelling voor [Language/ ]
(p.224), en kan worden gezet op [Natuurlijk].
U kunt de volgende eigenschappen van Beeldtint instellen.
*1 Instelling mogelijk bij elke andere selectie dan [Monochroom].
*2 Instelling mogelijk bij selectie van [Monochroom].
1
Druk op de knop {
in de opnamefunctie.
Het Fn-menu voor opnamen wordt
weergegeven.
Kleurverzadiging
*1
Instelling van de kleurverzadiging. (Beschikbare instellingen:
–4 tot +4)
Tint
*1
Instelling van de kleur. (Beschikbare instellingen: –4 tot +4)
Filtereffect
*2
Aanpassing van het contrast zodat het lijkt alsof een zwart-
wit-kleurenfilter is gebruikt. Instelling van filterkleur.
(Beschikbare instellingen: [Geen], [Groen], [Geel], [Oranje],
[Rood], [Magenta], [Blauw], [Cyaan], [Infrarood])
Kleur aanpassen
*2
Instelling van het aanpassingsniveau voor koude kleurtinten
(- richting) en warme kleurtinten (+ richting). (Beschikbare
instellingen: –4 tot +4)
Contrast Instelling van het contrast (Beschikbare instellingen: –4 tot +4)
Scherpte
Instelling van de scherpte van de contouren van de afbeelding.
(Beschikbare instellingen: –4 tot +4)
Fn
AUTO
AUTO
AUTO
OK
CUSTOM IMAGE
Fn
Einde
E i n d e
Einde
e_kb442.book Page 154 Tuesday, February 12, 2008 11:13 AM