Operation Manual

136
De flitser gebruiken
5
Corrigeren van de flitsintensiteit
U kunt de flitsintensiteit aanpassen in een bereik van –2.0 tot +1.0.
De flitscorrectiewaarden zijn als volgt bij 1/2 LW en 1/3 LW.
* Stel de trapinterval in bij [2. LW-stappen] in het menu [A Pers.instelling]. (p.101)
Draai aan de e-knop op de achterzijde om [Flitsinstelling] in het Fn-menu
in te stellen (p.75).
Trapinterval Flitscorrectie
1/2 LW
–2.0, –1.5, –1.0, –0.5, 0.0, +0.5, +1.0
1/3 LW
–2.0, –1.7, –1.3, –1.0, –0.7, –0.3, 0.0, +0.3, +0.7, +1.0
De flitsintensiteit kan niet worden gecorrigeerd bij de Snelinstelling.
N verschijnt op het LCD en in de zoeker als de flitscorrectie is ingeschakeld. (p.27)
Wanneer de maximale flitsopbrengst wordt overschreden indien deze is
gecorrigeerd in de plusrichting (+), wordt er geen correctie toegepast.
Corrigeren in de minrichting (–) heeft mogelijk geen effect wanneer het onderwerp
te dichtbij is, het diafragma klein is of de gevoeligheid hoog is.
Flitscorrectie werkt ook bij gebruik van een externe flitsers die Automatisch P-DDL-
flitsen ondersteunen.
Als u in het menu [Flitsinstelling] op de knop Snelinstelling drukt, wordt de flitscorrectie
weer teruggezet op de standaardinstelling (0.0).
-
0.7
0 . 7
-
0.7
OK
O K
OK
OK
Flitsinstelling
F l i t s i n s t e l l ing
Flits aan
F l i t s a a n
Flitsinstelling
Flits aan
e_kb442.book Page 136 Tuesday, February 12, 2008 11:13 AM