Operation Manual

132
Opnamefuncties
4
5
Selecteer [Bracketinghoev.] met de vierwegbesturing (3)
en druk op de vierwegbesturing (5).
Selecteer de bracketinghoeveelheid met de vierwegbesturing (23).
Kies voor [Witbalans] uit BA±1, BA±2, BA±3, GM±1, GM±2 en GM±3.
De standaardinstelling is BA±1.
Kies voor [Kleurverzadiging], [Tint], [Contrast] en [Scherpte] uit ±1, ±2, ±3
en ±4. De standaardinstelling is ±1.
6
Druk twee keer op de knop 4.
7
Druk op de knop 3.
De opnamestand wordt geactiveerd.
8
Maak de opname.
Er worden drie afbeeldingen opgeslagen.
U kunt uitgebreide bracketing combineren met belichtingsbracketing (p.129).
Uitgebreide bracketing en Dubbelopnamen kunnen niet samen worden gebruikt.
De functie die als laatste is ingesteld, wordt gebruikt.
Uitgebreide bracketing wordt uitgeschakeld als de bestandsindeling wordt ingesteld
op RAW of RAW+.
Als uitgebreide bracketing wordt gekozen terwijl de bestandsindeling is ingesteld
op RAW of RAW+, wordt de bestandsindeling gewijzigd in JPEG.
Als Beeldtint voor aangepaste opname is ingesteld op [Monochroom], is bracketing
met [Kleurverzadiging] en [Tint] niet beschikbaar.
e_kb442.book Page 132 Tuesday, February 12, 2008 11:13 AM