Operation Manual
82
Opnamefuncties
4
Wijzig de hoeveelheid licht die op de CCD terechtkomt door het diafragma te wijzigen.
Het diafragma openen (diafragmawaarde verlagen)
Voorwerpen die dichterbij of verder weg zijn dan
het onderwerp waarop is scherpgesteld, worden
minder scherp. Als u bijvoorbeeld een opname
maakt van een bloem tegen een landschaps-
achtergrond met een grote diafragmaopening,
wordt het landschap voor en achter de bloem
onscherp, waardoor alleen de bloem wordt
geaccentueerd.
Het diafragma sluiten (diafragmawaarde verhogen)
Het scherptegebied neemt zowel dichtbij als veraf
toe. Als u bijvoorbeeld een opname maakt van
een bloem tegen een landschapsachtergrond
met een kleine diafragmaopening, is ook het
landschap voor en achter de bloem scherp.
Effect van diafragma
Scherptediepte
Wanneer u scherpstelt op een deel van het onderwerp, is er een gebied
waarin voorwerpen die dichterbij en verder weg zijn, ook scherp zijn.
Dit gebied wordt scherptediepte genoemd.
• De scherptediepte van de x is afhankelijk van het objectief.
Maar vergeleken met een kleinbeeldcamera is de waarde ruwweg
één diafragmastop kleiner (het scherpstelbereik wordt kleiner).
• Hoe korter de brandpuntsafstand en hoe verder weg het onderwerp is, hoe
groter de scherptediepte (sommige zoomobjectieven hebben geen schaal
voor de scherptediepte vanwege hun bouwwijze).
Scherptediepte Klein Groot
Scherptegebied Smal Groothoek
Diafragma
Open
(kleinere waarde)
Gesloten
(grotere waarde)
Brandpuntsafstand
objectief
Langer
(Tele-opname)
Korter
(Groothoek)
Afstand tot onderwerp Dichtbij Veraf
e_kb445.book Page 82 Friday, February 15, 2008 3:35 PM