Operation Manual
144
Opname-instellingen
6
De methode voor het verwerken van
opnamen instellen in de opnamestand
(Aangepaste opname)
U kunt Aangepaste opname instellen in de volgende belichtingsstanden:
e (Programma), K (Gevoeligheidsvoorkeuze), b (Sluitertijdvoorkeuze),
c (Diafragmavoorkeuze), a (Handmatig) en p (Tijdopname).
Als u met behulp van Aangepaste opname de [Beeldtint] wijzigt, kunt u instellingen
aanpassen voor bijvoorbeeld kleur en contrast voordat u een opname maakt.
U kunt voor Beeldtint één van de volgende zes standen kiezen: [Helder], [Natuurlijk],
[Portret], [Landschap], [Levendig] en [Monochroom]. De standaardinstelling is [Helder].
U kunt de volgende eigenschappen van Beeldtint instellen.
*1 Instelling mogelijk bij elke andere selectie dan [Monochroom].
*2 Instelling mogelijk bij selectie van [Monochroom].
1
Druk op de knop {
in de opnamefunctie.
Het functiemenu verschijnt.
Kleurverzadiging
*1
Instelling van de kleurverzadiging. (Beschikbare instellingen: –4 tot +4)
Tint
*1
Instelling van de kleur. (Beschikbare instellingen: –4 tot +4)
Contrast Instelling van het contrast (Beschikbare instellingen: –4 tot +4)
Scherpte
Instelling van de scherpte van de contouren van de afbeelding.
(Beschikbare instellingen: –4 tot +4)
Filtereffect
*2
Aanpassing van het contrast zodat het lijkt alsof een zwart-wit-
kleurenfilter is gebruikt. Instelling van filterkleur. (Beschikbare
instellingen: [Geen], [Groen], [Geel], [Oranje], [Rood], [Magenta],
[Blauw], [Cyaan], [Infrarood])
Kleur aanpassen
*2
Instelling van het aanpassingsniveau voor koude kleurtinten (richting)
en warme kleurtinten (+ richting). (Beschikbare instellingen: –4 tot +4)
Fn
AUTO
AUTO
AUTO
CUSTOM IMAGE
OK
Einde
E i nd e
Einde
Fn
e_kb445.book Page 144 Friday, February 15, 2008 3:35 PM