Operation Manual

154
5
Functiereferentie
Ingebouwde flitser gebruiken
U kunt de flits instellen in een bereik van –2.0 tot +1.0. De flitscorrectiewaarden zijn
als volgt bij 1/2 LW en 1/3 LW.
* Stel de trapinterval in bij [Bel.inst.stappen] in het menu [A Pers.inst.]. (p.148)
Instellen bij [Belichtingscomp.] in het menu [A Opname] menu. (p.104)
Corrigeren van de flitsintensiteit
Trapinterval Flitscorrectie
1/2LW –2.0, –1.5, –1.0, –0.5, 0.0, +0.5, +1.0
1/3LW –2.0, –1.7, –1.3, –1.0, –0.7, –0.3, 0.0, +0.3, +0.7, +1.0
m knippert in de zoeker wanneer de flitser uitklapt tijdens de flitsercorrectie. (p.20)
Wanneer de maximale flitsopbrengst wordt overschreden indien deze is gecorrigeerd
in de plusrichting (+), wordt er geen correctie toegepast.
Corrigeren in de minrichting (–) heeft mogelijk geen effect wanneer het onderwerp
te dichtbij is, het diafragma klein is of de gevoeligheid hoog is.
Flitscorrectie werkt ook bij gebruik van een externe flitsers die Automatisch
P-DDL-flitsen ondersteunen.
1.0
0.5
0.5
0.0
Ander schrpstpnt
Bewegingsreductie
Opname
Auto Bracket
Autobelicht.
Autofocus
Belichtingscomp.
OK
Cancel
OK
e_kb459.book Page 154 Thursday, June 21, 2007 9:54 AM