Operation Manual
96
Opnamefuncties
4
Stel de functiekiezer in op =, s, q, \, . of a als u in de stand
I (Autom. opname) de gewenste opname niet kunt maken.
De opnamestanden hebben de volgende kenmerken.
Picture-standen
Stand Kenmerken
I Autom. opname
De optimale opnamestand wordt automatisch gekozen
uit de standen U (stand.), = (Portret), s (Landschap),
q (Macro), \ (Bewegend onderw.) en . (Portret bij
nacht). Bij het maken van opnamen met Live weergave
kunt u ook d (Blue Sky) en K (Zonsondergang)
selecteren.
=
Portret
Optimaal voor het maken van portretten. Produceert
natuurlijke huidtinten.
s
Landschap
Verdiept het scherpstelbereik, benadrukt contouren
en verzadiging van bomen en lucht, en zorgt voor een
levendige opname.
q
Macro
Hiermee kunt u levendige opnamen maken van bloemen
en andere kleine onderwerpen op korte afstand.
\
Bewegend
onderw.
Hiermee kunt u scherpe opnamen maken van een snel
bewegend onderwerp, zoals bij sportevenementen.
De transportstand is vast ingesteld
op g (Continuopname (snel)).
.
Portret bij nacht
Hiermee kunt u opnamen van mensen tegen een
nachtelijke achtergrond of tijdens de schemering.
a
Filtser UIT
De flitser is uitgeschakeld. Andere instellingen zijn
gelijk aan U (stand.) in I.
In de stand . zal de camera, ook al wordt de flitser wel gebruikt, lange
sluitertijden gebruiken zodat de achtergrond buiten het bereik van de flitser ook
correct belicht op de opname komt (1 Lange-sluitertijdsynchronisatie (p.182)).
Gebruik de functie Shake Reduction of een statief om te voorkomen dat
de camera beweegt.
Als \ automatisch wordt geselecteerd in I, worden opnamen gemaakt
met de transportstand die eerder was ingesteld.
K-r_OPM_DUT.book Page 96 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM