Operation Manual

221
Opname-instellingen
6
De afwerking van de opname instellen
U kunt de afwerking van de opname instellen voordat u opnamen maakt
als de opnamestand ingesteld is op e (Programma), K (Gevoel.
voorkeuze), b (Sl.tijd voorkeuze), c (Diafr. voorkeuze) of a (Manueel).
Voor de afwerking van de opname kunt u een keuze maken uit
de volgende negen standen: Helder (standaardinstelling), Natuurlijk,
Portret, Landschap, Levendig, Gedempt, Bleach Bypass, Diapositiefilm
en Monochroom. Voor de beeldtint kunt u de volgende parameters instellen.
Aangepaste opname instellen
Parameter Instellingen Instelwaarden
Kleurverzadiging
Stelt de kleurverzadiging in.
Niet beschikbaar wanneer
[Diapositieffilm] of [Monochroom]
geselecteerd is.
–4 t/m +4
Tint
Stelt de kleur in.
Niet beschikbaar wanneer
[Bleach Bypass], [Diapositieffilm]
of [Monochroom] geselecteerd is.
–4 t/m +4
Hoog/laag
stemming
Wijzigt de helderheid van de opname.
Niet beschikbaar wanneer
[Diapositieffilm] geselecteerd is.
–4 t/m +4
Contrast
Stelt het beeldcontrast in.
Niet beschikbaar wanneer
[Diapositieffilm] geselecteerd is.
–4 t/m +4
Scherpte
Stelt de scherpte van de beeldcontouren
in. U kunt gebruikmaken van [Fijne
scherpte] waarmee de beeldcontouren
nóg dunner en scherper worden. Niet
beschikbaar wanneer de opnamestand
ingesteld is op C (Video).
–4 t/m +4
K-r_OPM_DUT.book Page 221 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM