Operation Manual
208
Opname-instellingen
6
De witbalans instellen
Witbalans is een functie voor het aanpassen van kleuren van een opname
zodat witte onderwerpen ook werkelijk wit zijn. Stel de witbalans in als
u niet tevreden bent met de kleurbalans van opnamen die zijn gemaakt
met de instelling F (Auto), of als u uw opnamen een creatief tintje
wilt geven.
*1 De hierboven genoemde kleurtemperaturen (K) zijn bij benadering gegeven
en vertegenwoordigen geen exacte kleuren.
*2 CTE = Color Temperature Enhancement (kleurtemperatuurverbetering).
Onderdeel Instellingen
Kleur-
temperatuur
*1
F
Auto
De witbalans automatisch aanpassen.
(Standaardinstelling)
Ca. 4000 tot
8000K
G
Daglicht Voor het maken van opnamen bij zonlicht. Ca. 5200K
H
Schaduw
Voor het maken van opnamen in de schaduw.
Hierdoor worden blauwe kleurzwemen in een
opname verminderd.
Ca. 8000K
^
Bewolkt
Voor het maken van opnamen
op bewolkte dagen.
Ca. 6000K
J
Neonlicht
Voor het maken van opnamen bij neonlicht.
Selecteer het type neonlicht.
D Neonlicht daglicht kleuren
N Neonlicht daglicht wit
W Neonlicht koelwit
L Neonlicht warmwit
Ca. 6500K
Ca. 5000K
Ca. 4200K
Ca. 3000K
I
Lamplicht
Voor het maken van opnamen onder
gloeilampen. Hierdoor worden rode
kleurzwemen in een opname verminderd.
Ca. 2850K
L
Flitser
Voor het maken van opnamen met
de ingebouwde flitser.
Ca. 5400K
CTE
*2
Bij deze instelling handhaaft en versterkt u de
kleurtoon van de lichtbron op de opname.
–
K
Manueel
Gebruik deze functie om de witbalans
handmatig aan te passen op basis van het
omgevingslicht, zodat witte voorwerpen
natuurlijk wit overkomen.
–
De witbalans wordt vast ingesteld op F als de opnamestand ingesteld
is op de Picture-stand of de stand H (Scène), of wanneer Cross-processing
geselecteerd is.
K-r_OPM_DUT.book Page 208 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM