Operation Manual

186
De flitser gebruiken
5
Afstand en diafragma bij gebruik
van de ingebouwde flitser
Wanneer u opnamen maakt met de flitser, moeten richtgetal, diafragma
en afstand op elkaar zijn afgestemd om een juiste belichting te verkrijgen.
Bereken de opnamecondities en pas deze aan wanneer de flitsintensiteit
onvoldoende is.
*1 Deze waarde kan worden gebruikt wanneer [3. Uitgebreide gevoeligheid] in het menu
[A Pers.instelling 1] ingesteld is op [Aan].
Met de volgende formule berekent u de flitsafstand voor
diafragmawaarden.
Maximale flitsafstand L1 = richtgetal ÷ diafragmawaarde
Minimale flitsafstand L2 = Maximale flitsafstand ÷ 5 *
* De waarde 5 in de bovenstaande formule is een vaste
waarde die alleen geldt bij gebruik van de ingebouwde flitser.
Voorbeeld)
Wanneer de gevoeligheid ISO 200 en de diafragmawaarde F4.0 is
L1 = 16 ÷ 4,0 = ca. 4 (m)
L2 = 4 ÷ 5 = ca. 0,8 (m)
De flitser kan dus worden gebruikt op een afstand van ca. 0,8 tot 4 m.
De ingebouwde flitser in deze camera kan echter niet worden gebruikt
wanneer de afstand 0,7 meter of minder is. Gebruik van de flitser binnen
deze afstand veroorzaakt vignettering in de hoeken van de opname,
een onevenwichtige lichtverdeling en mogelijk overbelichting.
Gevoeligheid
Richtgetal
ingebouwde flitser
Gevoeligheid
Richtgetal
ingebouwde flitser
ISO 100 *1 Ca. 12 ISO 3200 Ca. 64
ISO 200 Ca. 16 ISO 6400 Ca. 96
ISO 400 Ca. 24 ISO 12800 *1 Ca. 128
ISO 800 Ca. 32 ISO 25600 *1 Ca. 192
ISO 1600 Ca. 48
Berekenen van de opnameafstand op basis
van de diafragmawaarde
K-r_OPM_DUT.book Page 186 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM