Operation Manual
132
Opnamefuncties
4
4
Gebruik de vierwegbesturing
(45) om een AF-modus
te selecteren.
5
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het bedieningspaneel.
U kunt de AF-scherpstelpositie aanpassen
• U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [A Opnamemodus 1] (p.91).
• [AF-modus] kan niet worden gewijzigd als de Picture-stand of de stand
H (Scène) is geselecteerd.
• Stel de camera altijd in op l als u gebruik maakt van het Quick-Shift
Focussysteem op een DA-objectief.
AF-aanpassing
• Gebruik [AF-aanpassing] alleen als dat nodig is. Gebruik de functie
voorzichtig, want aanpassing van autofocus kan het moeilijk maken
om opnamen te maken met de juiste scherpstelling.
• Camerabewegingen tijdens het maken van een testopname voor
AF-aanpassing kunnen het moeilijk maken om een nauwkeurige
scherpstelpositie te verkrijgen. Gebruik daarom bij het maken van
testopnamen altijd een statief.
MENU
AF.S
AF.S
AF.C
AF.C
OK
AF.A
AF.A
AF-modus
Annul. OK
U kunt bij [11. AF-hulplicht] in het menu [A Pers.instelling 2] instellen
of u tijdens de stand l het AF-hulplicht wilt gebruiken (p.93).
1Aan
Om scherpstelling te vergemakkelijken als het onderwerp
zich op een donkere plaats bevindt, wordt het AF-hulplicht
ingeschakeld als de ontspanknop tot halverwege wordt
ingedrukt. (Standaardinstelling)
2 Uit Het AF-hulplicht wordt niet gebruikt.
K-r_OPM_DUT.book Page 132 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM