Operation Manual
72
3
Basisbediening
1
Druk op de knop {.
Het functiemenu verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het scherm voor flitseropties verschijnt.
3
Kies een flitsfunctie met de vierwegbesturing (45).
Als de B (Snelinstelling) niet actief is, draait u de e-knop op de achterzijde voor
flitscorrectie. U kunt een correctie instellen van –2,0 tot +1,0.
4
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het functiemenu.
5
Druk op de knop {.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
De flitsinstelling selecteren
• Als de functiekiezer is ingesteld op B, kunnen C en D worden geselecteerd,
als hij is ingesteld op b, kunnen L, a of p, E, F en I worden geselecteerd,
en wanneer hij is ingesteld op M , kunnen E en F worden geselecteerd.
Bij elke andere instelling kunnen E, F, G, H en I worden geselecteerd.
• Als de functiekiezer is ingesteld op A, is het afhankelijk van de opgeslagen
instellingen welke flitsinstellingen beschikbaar zijn.
Fn
AUTO
AUTO
AUTO
OK
OK
Einde
Einde
Einde
0.0
0 . 0
0.0
OK
Flitsinstelling
F lit s i n s t e lli n g
Flits aan
F lit s a a n
OK
O K
Flitsinstelling
Flits aan
OK