Operation Manual

71
3
Basisbediening
De ingebouwde flitser gebruiken
Als u de flitser wilt gebruiken bij weinig licht of tegenlicht, drukt u op de knop K om de flitser
uit te klappen. Kies een flitsfunctie die past bij wat u wilt gaan doen, op het scherm voor
flitseropties in het functiemenu. U kunt de flitsintensiteit aanpassen met de e-knop
op de achterzijde bij alle belichtingsinstellingen met uitzondering van de Snelinstelling.
De ingebouwde flitser werkt optimaal bij een afstand van circa 0,7 m tot 4 m tot het onderwerp.
Bij een afstand van minder dan 0,7 m wordt de belichting niet juist ingesteld en kan
er vignettering optreden (deze afstand varieert enigszins, afhankelijk van het gebruikte
objectief en de ingestelde gevoeligheid (p.176)).
C
Auto ontladen
Schakelt de flitser automatisch in als het donker is of bij
tegenlicht.
D
Auto + Anti Rode
Ogen
Er wordt een voorflits gegeven (anti rode ogen) voordat
de flitser automatisch afgaat.
E
Flits aan De flitser gaat elke keer automatisch af.
F
Flitser aan + rode
ogen
Er wordt een voorflits gegeven (anti rode ogen) voordat
de flitser afgaat bij de stand Flitser aan.
G
Lange-sluitertijdsync
Afhankelijk van het omgevingslicht wordt een langere
sluitertijd ingesteld. Gebruik deze functie als u een
portretopname maakt voor een zonsondergang of een
ander landschap om persoon en achtergrond beide
voldoende belicht op de opname te krijgen.
H
Lange-sltrtd+r ogen
Er wordt een voorflits gegeven (anti rode ogen) voordat
de flitser afgaat bij de stand Lange-sluitertijdsync.
I
2e sluitergordijn-sync
Geeft een flits af onmiddellijk voordat het sluitergordijn
wordt gesloten. Daarmee maakt u opnamen van
bewegende onderwerpen die een spoor achterlaten.
Bij gebruik van Lange-sluitertijdsync of Lange-sltrtd+r ogen wordt afhankelijk van het
omgevingslicht een langere sluitertijd ingesteld. Gebruik de functie Bewegingsreductie
(p.67) of bevestig de camera op een statief om{U8194}bewegingen van de camera
te voorkomen.
Compatibiliteit van ingebouwde flitser en objectief
Afhankelijk van het gebruikte objectief en de opnamecondities kan vignettering
optreden (de hoeken van de opname worden zwart vanwege een gebrek aan licht).
Wij raden u aan een testopname te maken om dit te controleren.
1 Compatibiliteit objectieven DA, D FA, FA J, FA en F met de ingebouwde flitser
(p.177)
Verwijder de zonnekap wanneer u de ingebouwde flitser gebruikt.
Bij objectieven die geen functie hebben voor het instellen van de diaframaring
op het objectief op s (automatisch), flitst de ingebouwde flitser volledig.