Operation Manual

69
3
Basisbediening
Het menu voor het instellen van de [Bewegingsreductie] wordt weergegeven als de camera
wordt ingeschakeld terwijl de schakelaar bewegingsreductie in de stand ON staat en er een
objectief is bevestigd dat niet automatisch objectiefinformatie zoals de brandpuntsafstand
doorgeeft (p.67).
Gebruik het menu voor het instellen van de [Bewegingsreductie] om de [Brandpuntafstand]
in te stellen.
1
Gebruik de vierwegbesturing
(45) om de [Brandpuntafstand]
in te stellen.
U kunt kiezen uit de volgende 34 waarden voor
brandpuntsafstand. (De standaardinstelling
is 35.)
2
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
De functie Bewegingsreductie instellen
Het menu voor het instellen van de [Bewegingsreductie] verschijnt niet als u een
objectief gebruikt dat het automatisch doorgeven van objectiefinformatie zoals
de brandpuntsafstand, ondersteunt, omdat [Brandpuntafstand] dan automatisch
wordt ingesteld.
Als u een objectief gebruikt zonder een positie s op de diafragmaring, of als
de diafragmaring is ingesteld op een andere positie dan s, stelt u [Gebruik diafr.ring]
in het menu [A Pers.inst.] in op [Toegestaan].
8 101215182024283035
40 43 50 55 65 70 77 85 100 120
135 150 180 200 250 300 350 400 450 500
550 600 700 800
Als de brandpuntsafstand van uw objectief hierboven niet wordt genoemd,
kiest u de waarde die het dichtst ligt bij de werkelijke brandpuntsafstand
(bijvoorbeeld: [18] voor 17 mm en [100] voor 105 mm).
Als u een zoomlens gebruikt, kiest u de eigenlijke brandpuntsafstand
bij de zoominstelling op dezelfde manier.
Het effect van bewegingsreductie is afhankelijk van de opnameafstand en de informatie
over de brandpuntsafstand. De functie Bewegingsreductie werkt wellicht niet zoals
verwacht bij het maken van opnamen op korte afstand.
Kies [Bewegingsreductie] in het menu [A Opname] om de instelling voor
[Brandpuntafstand] te wijzigen. (p.31)
Annul. OK
Bewegingsreductie
Brandpuntafstand
135
120
100
MENU
OK