Operation Manual
219
5
Bijlage
Problemen oplossen
We adviseren u te controleren of u het probleem aan de hand van de volgende tabel kunt oplossen
voordat u contact opneemt met een servicecentrum.
Probleem Oorzaak Oplossing
Camera gaat
niet aan
Batterijen niet geplaatst.
Controleer of de batterijen zijn geplaatst. Is dat niet het
geval, plaats de batterijen dan.
Batterij bijna uitgeput.
Vervang hem door een opgeladen batterij of gebruik
de netvoedingsadapter D-AC50 (optioneel).(p.47)
De sluiter
ontspant niet
De diafragmaring van het
objectief staat op een
andere stand dan s.
Zet de diafragmaring op positie s (p.147) of selecteer
[Toegestaan] bij [Gebruik diafr. ring] in het menu
[A Pers.inst.] (p.210).
Flitser wordt opgeladen. Wacht tot het opladen gereed is.
Geen vrije ruimte op
SD-geheugenkaart.
Plaats een SD-geheugenkaart met voldoende vrije ruimte
of wis overbodige opnamen. (p.48, p.100)
Er wordt een opname
gemaakt.
Wacht tot opslaan gereed is.
De autofocus
werkt niet.
Het onderwerp kan
moeilijk worden
scherpgesteld.
De autofocus kan niet goed scherpstellen op onderwerpen
met een laag contrast (lucht, witte muren), donkere
kleuren, ingewikkelde patronen, onderwerpen die snel
bewegen of landschappen die door een raam of netpatroon
worden gefotografeerd. Stel scherp op een ander onderwerp
op dezelfde afstand (druk de ontspanknop tot halverwege in),
richt vervolgens op het onderwerp en druk de ontspanknop
helemaal in. Gebruik anders de handmatige scherpstelling.
(p.136)
Onderwerp bevindt zich
niet in scherpstelveld.
Plaats onderwerp in scherpstelkader in de zoeker.
Als het onderwerp buiten het scherpstelveld valt,
richt u de camera op het onderwerp en vergrendelt
u de scherpstelling (houd de ontspanknop tot halverwege
ingedrukt). Kader het beeld vervolgens opnieuw
uit en druk de ontspanknop helemaal in.
Onderwerp is te dichtbij.
Neem meer afstand tot het onderwerp en maak een opname.
Scherpstelfunctie
is ingesteld op \.
Zet de scherpstelfunctieknop op
l
(Enkelbeeld). (p.130)
Scherpstelfunctie
is ingesteld op k
(Continu).
Autofocus wordt niet vergrendeld (scherpstelvergrendeling)
als de scherpstelfunctie wordt ingesteld op
k
.
De camera
blijft scherpstellen op het onderwerp wanneer
de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt.
Als er een onderwerp is waarop u wilt scherpstellen,
schuift u de scherpstelfunctieknop naar l en gebruikt
u de scherpstelvergrendeling.
Het belichtings-
geheugen werkt
niet
Belichtingsgeheugen
is niet beschikbaar
in de standen
B (Snelinstelling),
p (Tijdopname)
en M (X-sync-snelheid
van de flitser).
Gebruik het belichtingsgeheugen bij elke andere
instelling dan
B
(Snelinstelling),
p
(Tijdopname)
en
M
(X-sync-snelheid van de flitser)
.