Operation Manual
199
4
Functiereferentie
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Gebruik de vierwegbesturing (23) om te kiezen
uit [Auto], [Body eerst] en [Grip eerst].
4
Druk op de knop 4.
5
Druk twee keer op de knop 3.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
U kunt opgeven welke instellingen moeten worden opgeslagen als de camera wordt uitgezet.
U kunt de volgende instellingen opslaan: flitsfunctie, transportfunctie, witbalans,
gevoeligheid, LW-correctie, Auto Bracket, weergavestijl en Bestandsnr.
De standaardinstelling is Alle (Aan).
1
Selecteer [Geheugen] in het menu [A Opname].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Geheugen] verschijnt.
Als zowel in de camera als de greep een batterij is geplaatst, worden beide even gebruikt
om het resterende vermogen te testen, ongeacht de instellingen bij [Batterij kiezen].
Opnamestandinstellingen selecteren om op te slaan
in de camera
Batterij kiezen
Auto
Body eerst
Grip eerst
MENU
Annul.
OK
OK
Geheugen
Flitsinstelling
Transportfunctie
Witbalans
Auto Bracket
Gevoeligheid
Belicht. corr.
MENU
1/2