Operation Manual

167
4
Functiereferentie
6
Druk op de knop 4.
De opnamestand wordt geactiveerd.
7
Maak de opname.
De gemaakte opname wordt steeds na het loslaten van de ontspanknop
in de momentcontrole weergegeven. Druk op de knop i tijdens de momentcontrole
om opnamen te verwijderen die tot dat moment zijn gemaakt en opnieuw te beginnen
vanaf de eerste opname.
De totale opname wordt opgeslagen als het ingestelde aantal opnamen is gemaakt.
U kunt de huidige camera-instellingen gemakkelijk opslaan en oproepen door
de functiekiezer op A te zetten.
U kunt de volgende instellingen opslaan.
Sla de instellingen voor [USER] op in het menu [R Set-up].
Als op de knop | of 3 wordt gedrukt, of als belichtingsbracketing is ingesteld
tijdens het maken van dubbelopnamen, worden de opnamen die al zijn gemaakt,
opgeslagen en wordt het maken van dubbelopnamen afgebroken.
Het maken van dubbelopnamen kan niet worden gecombineerd met Auto Bracket
of uitgebreide bracket. De functie die als laatste is ingesteld, wordt gebruikt.
Opslaan van Gebruikersinstellingen
Belichtingsfunctie Witbalans
Flitsinstelling Bestandsindeling
Belichtingscorrectie JPEG opn. pixels
Belichtingsbracketingstappen en aantal afbeeldingen JPEG-kwaliteit
Transportstand Beeldtint
Flitsbelichtingscorrectie Kleurverzadiging
Uitgebreide bracketingstappen en type Scherpte
Gevoeligheid Contrast
Aanpassingsbereik automatische gevoeligheid
Slaat huidige inst voor
opnamen in USER mode op
Annul.
+1.3
+ 1.3
-
1.0
1 .0
1.0x5
1 .0x 5
AE
AE
±
±
3
3
10000K
10000K
10000K
RAW+
RAW+
RAW+
G2
G2
A1
A1
G2 A1
200-1600
2 00- 1 6 0 0
+1.3
-
1.0
1.0x5
AE±3
200-1600
10
MENU
OK
OK