Operation Manual
142
4
Functiereferentie
Selecteer het gedeelte van het scherm dat moet worden gebruikt voor lichtmeting en het bepalen
van de belichting. U kunt kiezen uit L (Meervlaks lichtmeting), M (Lichtmeting met nadruk
op het midden) of N (Spotmeting). De fabrieksinstelling is L (Meervlaks lichtmeting).
Instellen met de schakelaar lichtmeting. (p.18)
Bij meervlaks lichtmeting wordt het beeld in
de zoeker gemeten in 16 verschillende zones,
zoals de afbeelding laat zien. Bij deze functie
wordt automatisch bepaald welk helderheids-
niveau elk gedeelte van het beeld heeft.
De lichtmeetmethode selecteren
L
Meervlaks
lichtmeting
Het scherm wordt verdeeld in 16 delen, elk deel wordt gemeten
en de juiste belichting wordt bepaald.
M
Lichtmeting met
nadruk op het midden
Het gehele scherm wordt gemeten met nadruk op het midden,
en de belichting wordt bepaald.
N
Spotmeting
Meting van uitsluitend het middelpunt van het scherm ter bepaling van
de belichting.
Meervlaks lichtmeting gebruiken
Lichtmeting met nadruk op het midden wordt automatisch ingesteld, zelfs wanneer u meervlaks
lichtmeting selecteert, bij gebruik van een ander objectief dan DA, D FA, FA J, FA, F of A,
of als een diafragmaring anders is ingesteld dan op
s
. (Zo’n objectief kan alleen worden
gebruikt wanneer dit is toegestaan in [Gebruik diafr.ring] (p.35) via het menu [
A
Pers.inst.]).