Operation Manual

121
4
Functiereferentie
U kunt kiezen uit vijf niveaus voor Kleurverzadiging, Scherpte en Contrast.
De standaardinstelling voor alle is [0 (standaard)].
Stel [Kleurverzadiging], [Scherpte] en [Contrast] in in het menu [A Opname]. (p.29)
In de richting van +: Hogere kleurverzadiging
In de richting van –: Lagere kleurverzadiging
In de richting van +: Meer scherpte
In de richting van –: Minder scherpte
In de richting van +: Hoger contrast
In de richting van –: Lager contrast
Kleurverzadiging/Scherpte/Contrast instellen
Kleurverzadiging Stelt de kleurverzadiging in.
Scherpte Maakt de contouren van een opname scherp of zacht.
Contrast Stelt het contrast van de opname in.
1/2
MENU
Einde
Opname
JPEG opn. pixels
JPEG kwal niveau
Contrast
Kleurverzadiging
Beeldtint
Scherpte
MENU
1/2
Einde
Opname
JPEG opn. pixels
JPEG kwal niveau
Contrast
Kleurverzadiging
Beeldtint
Scherpte
MENU
1/2
Einde
Opname
JPEG opn. pixels
JPEG kwal niveau
Contrast
Kleurverzadiging
Beeldtint
Scherpte