Operation Manual
51
3
Basisbediening
Als u de functiekiezer op het pictogram H (Scène) zet, kunt u uit de volgende
8 opnamescènes kiezen.
1
Zet de functiekiezer op H (Scène).
2
Druk op de knop {.
Het functiemenu verschijnt. Het pictogram
van de op dit moment geselecteerde
opnamescène wordt weergegeven in het
scherm van het functiemenu in de stand
H (Scène).
De opnamescène selecteren
A (Nachtopname)
Voor nachtopnamen. Gebruik een statief o.i.d om beweging te
voorkomen.
i (Strand & sneeuw)
Voor opnamen van verblindende achtergronden, zoals
besneeuwde bergen
B (Tekst)
Scherpe opnamen maken van getypte of handgeschreven
teksten.
K (Zonsondergang)
Voor opnamen van zonsopgang of zonsondergang in mooie
kleuren.
C (Kinderen)
Opnamen van bewegende kinderen.
Produceert natuurlijke huidtinten.
E (Huisdier)
Voor opnamen van bewegende huisdieren.
D (Kaarslicht)
Voor opnamen bij kaarslicht.
E (Museum)
Voor opnamen op plaatsen waar flitsen verboden is.
De flitser wordt uitgeschakeld in de opnamestanden A (Nachtopname),
K (Zonsondergang), D (Kaarslicht) en E (Museum). Gebruik de functie
Bewegingsreductie of een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
Een opnamescène selecteren
Fn
AUTO
AUTO
AUTO
OK
Einde
Einde
Einde
Fn