Operation Manual

25
2
Voorbereidingen
Batterijen plaatsen
Plaats batterijen in de camera. Gebruik twee CR-V3 of vier AA Ni-MH-batterijen,
AA-lithiumbatterijen of AA-alkalinebatterijen.
1
Houd de ontgrendelknop van het
batterijcompartiment ingedrukt
zoals afgebeeld (
1
), en schuif de
klep in de richting van het objectief
(
2
). Maak dan de klep open.
2
Plaats de batterijen volgens
de poolaanduidingen +/– in
het batterijcompartiment.
Bij deze camera worden AA-alkalinebatterijen geleverd om te controleren of de camera
naar behoren werkt, maar ook sommige andere typen batterijen zijn geschikt. Raadpleeg
“Batterijen” (p.26) voor informatie over geschikte typen batterijen en het gebruik ervan.
CR-V3-, AA-lithiumbatterijen en AA-alkalinebatterijen, die in deze camera kunnen
worden gebruikt, zijn niet oplaadbaar.
Open de klep van het batterijcompartiment niet en verwijder de batterijen niet terwijl de
camera aan staat.
Verwijder de batterijen wanneer u de camera langere tijd niet gebruikt. De batterijen
kunnen anders gaan lekken.
Als datum en tijd niet juist zijn wanneer u na langere tijd nieuwe batterijen in de camera
plaatst, volgt u de procedure voor “Datum en tijd instellen”. (p.35)
Plaats de batterijen op de juiste wijze. Als de batterijen verkeerd zijn geplaatst, kan de
camera beschadigd raken. Veeg de contactpunten van de batterijen schoon alvorens
ze te plaatsen.
Vervang alle batterijen tegelijk. Combineer geen batterijen van verschillend type of
merk, of oude met nieuwe.
2
1