Operation Manual

20
1
Voor u de camera gaat gebruiken
Indicaties in de zoeker
1
AF-kader (p.39)
2
Spotmeetkader (p.136)
3
AF-punt (p.128)
4
Flitserstatus (p.54)
Wordt weergegeven wanneer de flitser gereed is en knippert wanneer het gebruik van
de flitser wordt aangeraden maar deze nog niet is ingeschakeld.
5
Continustand (p.127)
Wordt weergegeven wanneer de scherpstelfunctie in de stand [A Opname] is ingesteld
op k (Continu).
6
Pictogram voor opnamefunctie (p.50)
Het pictogram voor de geselecteerde opnamefunctie verschijnt
\ (Bewegend onderwerp), q (Macro), = (Portret), U (Normaal in I),
. (Portretopname bij nacht), s (Landschap)
7
Pictogram Scène (p.50)
Wordt weergegeven bij het maken van opnamen in de stand Scène.
8
Scherpstelindicatie (p.44)
Wordt weergegeven als is scherpgesteld op het onderwerp.
9
Sluitertijd (p.140)/Bevestig gevoeligheid.
Sluitertijd bij opname of instelling (onderstreept wanneer de sluitertijd kan worden
gewijzigd met de e-knop).
De gevoeligheid wordt weergegeven als [OK knop bij opname] is ingesteld op [Bevestig
gevoeligh.] en op de knop 4 wordt gedrukt. (p.126)
10
Diafragmawaarde (p.142)
Diafragmawaarde bij opname of instelling (onderstreept wanneer de diafragmawaarde
kan worden gewijzigd met de e-knop).
1
4
5 6
1514 16
8
7
91011
12 13
23
1