Operation Manual

186
6
Bijlage
Beschikbare functies bij verschillende
objectiefcombinaties
Compatibele objectieven
Bij deze camera kunnen alleen DA en FA J objectieven en D FA/FA/F/A objectieven met een
positie s op de diafragmaring worden gebruikt. Zie “Opmerkingen bij [Gebruik diafr.ring]”
(p.188) voor andere objectieven en D FA/FA/F/A objectieven met diafragmaring ingesteld op
een andere positie dan s.
Ja : Functies zijn beschikbaar wanneer de diafragmaring is ingesteld op positie s.
Nee : Functies zijn niet beschikbaar.
*1 Objectieven met een maximaal diafragma van f/2.8 of groter. Alleen beschikbaar bij positie s.
*2 Objectieven met een maximaal diafragma van f/5.6 of groter.
*3 Voor het gebruik van de objectieven F/FA soft 85 mm f/2.8 en FA soft 28 mm f/2.8, stelt u
[Gebruik diafr.ring] in op [Toegestaan] in het menu [A Pers.inst.] (p.106).
U kunt opnamen maken bij het diafragma dat u instelt, maar alleen binnen handmatig diafragmabereik.
*4 Bij gebruik van de ingebouwde flitser en een AF540FGZ of AF360FGZ.
*5 Het AF-punt wordt O (Midden).
Objectief [type vatting]
Functie
DA/D FA/
FA J/FA-objectief
[KAF, KAF2]
*3
F-objectief
[KAF]
*3
A-objectief
[KA]
Autofocus (alleen objectief) Ja Ja
(met AF-adapter 1,7×)
*1
——Ja
*5
Handmatig scherpstellen
(Met de scherpstelindicatie)
*2
Ja Ja Ja
(met het matglas) Ja Ja Ja
Elf AF-punten Ja Ja Nee
*5
Power zoom No
Automatische belichting met
diafragmavoorkeuze
Ja Ja Ja
Automatische belichting met
sluitertijdvoorkeuze
Ja Ja Ja
Handmatige belichting Ja Ja Ja
Automatisch P-DDL-flitsen
*4
Ja Ja Ja
Meervlaks lichtmeting (16 segmenten) Ja Ja Ja
Automatisch doorgeven van de brandpunt-
safstand van het objectief bij activering van
de functie Bewegingsreductie
Ja Ja No