Operation Manual

157
5
Functiereferentie
Met de volgende formule berekent u de flitsafstand voor diafragmawaarden.
Maximale flitsafstand L1 = richtgetal ÷ gekozen diafragmawaarde
Minimale flitsafstand L2 = maximale flitsafstand ÷ 5*
* De waarde 5 in de bovenstaande formule is een vaste waarde
die alleen geldt bij gebruik van de ingebouwde flitser.
Voorbeeld
Bij een gevoeligheid van [ISO 200] en een diafragmawaarde van F4
L1 = 15,6 ÷ 4 = ca. 3,9 (m)
L2 = 3,9 ÷ 5 = ca. 0,8 (m)
De flitser kan dus worden gebruikt op een afstand van ca. 0,8 tot 3,9 m.
Wanneer de afstand tot het onderwerp minder dan 0,7 meter is, kan de flitser niet worden
gebruikt. Gebruik van de flitser binnen deze afstand veroorzaakt vignettering in de hoeken
van de opname, onevenwichtige lichtverdeling en mogelijk overbelichting.
Met de volgende formule berekent u de diafragmawaarde voor de opnameafstand.
Gebruikte diafragmawaarde F = richtgetal ÷ opnameafstand
Bij een gevoeligheid van [ISO 200] en een opnameafstand van 5,2 m is de diafragma-
waarde:
F = 15.6 ÷ 5.2 = 3
Wanneer de uitkomst (in bovenstaand voorbeeld 3) niet beschikbaar is als diafragma-
waarde, wordt meestal het dichtstbijzijnde lagere getal (in bovenstaand voorbeeld 2.8)
gebruikt.
Berekenen van de opnameafstand op basis van de diafragmawaarde
Berekenen van de diafragmawaarde op basis van opnameafstand