Operation Manual
142
5
Functiereferentie
Stel het diafragma in wanneer u de scherptediepte wilt aanpassen. De scherptediepte is
groter (voorgrond en achtergrond zijn duidelijker) wanneer het diafragma op een hoge
waarde wordt ingesteld. De scherptediepte is kleiner (voorgrond en achtergrond zijn vager)
wanneer het diafragma op een lagere waarde wordt ingesteld.
Aan de hand van de diafragmawaarde wordt de sluitertijd automatisch op de juiste belichting
ingesteld.
1 Effect van diafragma en sluitertijd (p.134)
1
Zet de functiekiezer op c.
2
Draai aan de e-knop en pas
de diafragmawaarde aan.
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden
weergegeven in de zoeker en op het LCD.
Gebruik van de c (diafragmavoorkeuze)
• Draai aan de e-knop terwijl u op de knop mc drukt en wijzig de belichtingscorrectiewaarde.
(p.147)
• Stel de diafragmawaarde in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW in.
Instellen bij [Bel.inst.stappen] in het menu [A Pers.inst.]. (p.147)
• Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde
criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [Gevoeligheid] in op
[AUTO] in het functiemenu. (p.121)
• Zet het diafragma op de stand s terwijl u de
knop voor automatische vergrendeling
ingedrukt houdt bij gebruik van een objectief
met een diafragmaring.