Operation Manual

12
1
Voor u de camera gaat gebruiken
q Kenmerken van de camera
Voorzien van een CCD van 23,5×15,7 mm met effectief 6,1 miljoen pixels, voor een zeer
hoge precisie en een groot dynamisch bereik.
Voorzien van Bewegingsreductie, een systeem voor het reduceren van onscherpte door
het bewegen van de beeldsensor. Daarmee kunt u scherpe opnamen maken die minimaal
worden beïnvloed door het bewegen van de camera, ongeacht het gebruikte objectief.
Uitgerust met een 11-punts AF-sensor. Bij lichtmeting met nadruk op het midden wordt een
breed scherpstelveld met 9 scherpstelpunten gebruikt.
Voorzien van een zoeker die vergelijkbaar is met die van een conventionele kleinbeeld-
camera, met een vergroting van 0,85× en een beeldveld van 96% voor comfortabeler
handmatig scherpstellen. Bovendien uitgerust met een functie die de AF-punten in de zoeker
rood doet oplichten.
Werkt op CR-V3-batterijen, AA-lithiumbatterijen, oplaadbare AA Ni-MH batterijen of
AA-alkalinebatterijen.
Voorzien van een grote LCD-monitor van 2,5 inch met 210.000 pixels en helderheidsregeling
voor een zo nauwkeurig mogelijke weergave van een grote beeldhoek.
Voorzien van een functie Digitaal voorbeeld voor inspectie van het beeld om zeker te weten
dat het gewenste resultaat wordt bereikt.
Er is een gebruiksvriendelijk ontwerp toegepast op verschillende delen van de camera.
De grote LCD-monitor met hoge resolutie en de gebruiksvriendelijke menu’s maken de
bediening van de camera eenvoudiger.
Het gebied dat door de camera wordt vastgelegd (de beeldhoek) is bij de q
en 35 mm-kleinbeeldreflexcamera’s verschillend, zelfs wanneer hetzelfde objectief wordt
gebruikt. Dit komt doordat het formaat van kleinbeeldfilm en de CCD verschillend zijn.
Afmetingen van kleinbeeldfilm en CCD
35 mm-kleinbeeldfilm : 36×24 mm
q CCD : 23,5×15,7 mm
Bij gelijke beeldhoeken moet de brandpuntsafstand van een objectief dat voor een 35 mm-
kleinbeeldcamera wordt gebruikt, ongeveer 1,5 keer langer zijn dan die voor de
q
.
Om een beeldhoek te bereiken die hetzelfde gebied bestrijkt, deelt u de brandpuntsafstand van
het kleinbeeldobjectief door 1,5.
Voorbeeld) Om een zelfde opname te maken als met een 150 mm-objectief op
een kleinbeeldcamera
150÷1,5=100
Gebruik een 100 mm-objectief op de q.
Omgekeerd moet de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief op de q worden
vermenigvuldigd met 1,5 om de brandpuntsafstand voor een kleinbeeldcamera te bepalen.
Voorbeeld) Wanneer een 300 mm-objectief wordt gebruikt op een q
300×1,5=450
De brandpuntsafstand is gelijk aan een 450 mm-objectief op een kleinbeeldcamera.