Operation Manual
136
5
Functiereferentie
Selecteer het gedeelte van het scherm dat moet worden gebruikt voor lichtmeting en het bepalen
van de belichting. U kunt kiezen uit
L
(Meervlaks lichtmeting),
M
(Lichtmeting met nadruk op
het midden) of
N
(Spotmeting). De standaardinstelling is
L
(Meervlaks lichtmeting).
Instellen bij [Automatische belichting] in het menu [A Opname]. (p.104)
Bij meervlaks lichtmeting wordt het beeld in de
zoeker gemeten in 16 verschillende zones, zoals
de afbeelding laat zien. Bij deze functie wordt
automatisch bepaald welk helderheidsniveau
elk gedeelte van het beeld heeft.
De lichtmeetmethode selecteren
L
Meervlaks
meting
Het scherm wordt verdeeld in 16 delen, elk deel wordt gemeten
en de juiste belichting wordt bepaald.
M
Lichtmeting met
nadruk
op het midden
Het gehele scherm wordt gemeten met nadruk op het midden,
en de belichting wordt bepaald.
N
Spotmeting
Meting van uitsluitend het middelpunt van het scherm ter
bepaling van de belichting.
Meervlaks lichtmeting gebruiken
Lichtmeting met nadruk op het midden wordt automatisch ingesteld, zelfs wanneer u
meervlaks lichtmeting selecteert bij gebruik van een ander objectief dan DA, D FA, FA J,
FA, F of A (zo’n objectief kan alleen worden gebruikt wanneer dit is toegestaan in [Gebruik
diafr. ring] via het menu [A Pers. inst.](p.107)).
0.0
Ander schrpstpnt
Bewegingsreductie
Opname
Auto Bracket
Autobelicht.
Autofocus
Belichtingscomp.
OK
OKCancel