Operation Manual
125
5
Functiereferentie
2
Kijk door de zoeker en druk de
ontspanknop tot halverwege in.
Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld,
verschijnt de scherpstelindicatie ] in de
zoeker (als de indicatie knippert, is er niet
scherpgesteld op het onderwerp).
1 Onderwerpen waarop moeilijk automatisch
kan worden scherpgesteld (p.46)
• Bij l (Eén opname) is de scherpstelling vergrendeld terwijl ] brandt
(scherpstelvergrendeling). Om scherp te stellen op een ander onderwerp, haalt u eerst
uw vinger van de ontspanknop.
• Als bij de instelling \ (Bewegend onderwerp) H is ingesteld op C (Kinderen) of E
(Huisdier), of als [Autofocus] in het menu [A Opname] is ingesteld op k (Continu)
(p.127), wordt continu scherpgesteld bij het volgen van het onderwerp zolang de
ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt.
• De sluiter kan pas ontspannen als er is scherpgesteld op het onderwerp in l
(Eén opname) (p.127). Als het onderwerp zich te dicht bij de camera bevindt, gaat u
achteruit en maakt u de opname. Stel de scherpstelling handmatig in als er moeilijk op
het onderwerp kan worden scherpgesteld (p.46). (p.132)
•
Druk in de stand
l
(Eén opname) de ontspanknop tot halverwege in. Wanneer de
ingebouwde flitser beschikbaar is, gaat deze automatisch verschillende keren af, zodat
de autofocus makkelijker kan scherpstellen op een onderwerp in een donkere omgeving.
•
Ongeacht de instelling van de camera op
l
(Eén opname) of
k
(Continu) volgt de
camera het onderwerp automatisch als is vastgesteld dat het een bewegend onderwerp is.
Scherpstelindicatie