Operation Manual
121
5
Functiereferentie
U kunt de gevoeligheid instellen op basis van het omgevingslicht.
De gevoeligheid kan worden ingesteld op [AUTO] of binnen een gevoeligheidsbereik dat
overeenkomt met ISO 200 tot 3200. De standaardinstelling is [AUTO].
Stel [Gevoeligheid] in het functiemenu in. (p.108)
Indien ingesteld op [AUTO], zal het bereik dat is ingesteld met [AUTO ISO correctie] in
het menu [A Pers.inst.], worden weergegeven tussen vierkante haken.
Stel het bereik in voor automatische correctie van de gevoeligheid wanneer Gevoeligheid is
ingesteld op [AUTO]. De gevoeligheid wordt standaard automatisch gecorrigeerd binnen het
bereik [ISO 200-800].
Instellen bij [AUTO ISO correctie] in het menu [A Pers.inst.]. (p.106)
Gevoeligheid instellen
Bij een hogere gevoeligheidsinstelling kunnen opnamen meer ruis vertonen.
Het bereik voor automatische correctie instellen bij AUTO
1
ISO 200-800
De gevoeligheid wordt automatisch aangepast binnen het bereik
van ISO 200 tot 800.
2
ISO 200-400
De gevoeligheid wordt automatisch aangepast binnen het bereik
van ISO 200 tot 400.
3
ISO 200-1600
De gevoeligheid wordt automatisch aangepast binnen het bereik
van ISO 200 tot 1600.
4
ISO 200-3200
De gevoeligheid wordt automatisch aangepast binnen het bereik
van ISO 200 tot 3200.
800
800
800
1600
1600
1600
3200
3200
3200
400
400
400
200
200
200
AUTO
AUTO
AUTO
OK
OK
OK
OK
Gevoeligheid
Gevoeligheid
Gevoeligheid
AUTO ISO correctie
Gevoeligheid automatisch
gecorrigeerd in de range
van 200-800 ISO
ISO 200-800
ISO 200-400
ISO 200-1600
ISO 200-3200