Operation Manual
118
5
Functiereferentie
Witbalans is een functie voor het aanpassen van kleuren van een opname zodat witte
onderwerpen ook werkelijk wit zijn. Stel de witbalans in als u niet tevreden bent met de
kleurbalans van opnamen die zijn genomen met de instelling F (Auto), of als u uw
opnamen een creatief tintje wilt geven. De standaardinstelling is F (Auto).
* De kleurtemperatuur (K) is een benadering en vormt geen indicatie van de exacte
kleuren.
* De witbalans wordt aangepast op basis van vooraf voor de camera ingestelde
waarden, als u kiest voor een van de instellingen G (Daglicht), H (Schaduw),
^ (Bewolkt), J (Neonlicht), I (Lamplicht) of b (Flitser).
Stel [Witbalans] in het functiemenu in. (p.108)
Witbalans instellen
F
Automatisch Past de witbalans automatisch aan. (Circa 4000 tot 8000K)
G
Daglicht Voor het maken van opnamen bij zonlicht. (Circa 5200K)
H
Schaduw
Voor het maken van opnamen in de schaduw. Hierdoor worden
blauwe kleurzwemen in een opname verminderd. (Circa 8000K)
^
Bewolkt Voor het maken van opnamen op bewolkte dagen. (Circa 6000K)
J
Neonlicht
Voor het maken van opnamen bij neonlicht. U kunt kiezen uit W (wit)
(circa 4200K), N (neutraal wit) (circa 5000K), en D (daglicht) (circa
6500K).
I
Lamplicht
Voor het maken van opnamen bij elektrisch licht of ander lamplicht.
Hierdoor worden rode kleurzwemen in een opname verminderd.
(Circa 2850K)
b
Flitser
Voor het maken van opnamen met de ingebouwde flitser. (Circa
5400K)
K
Handmatig
Gebruik deze functie om de witbalans handmatig aan te passen op
basis van het omgevingslicht, zodat witte voorwerpen natuurlijk wit
overkomen.
• Zie p.119 voor handmatige aanpassing.
• De witbalans kan niet worden gewijzigd in de Picture-functie en de stand H (p.50).
OK
OK
OK
Witbalans
Witbalans
Auto
Auto
OK
Witbalans
Auto