Operation Manual

117
5
Functiereferentie
U kunt kiezen uit vijf niveaus voor Kleurverzadiging, Scherpte en Contrast.
De standaardinstelling voor alle is [0 (standaard)].
Stel [Kleurverzadiging], [Scherpte] en [Contrast] in het menu [A Opname] in. (p.104)
In de richting van +: Hogere kleurverzadiging
In de richting van –: Lagere kleurverzadiging
In de richting van +: Meer scherpte
In de richting van –: Minder scherpte
In de richting van +: Hoger contrast
In de richting van –: Lager contrast
Kleurverzadiging/Scherpte/Contrast instellen
Kleurverzadiging Stelt de kleurverzadiging in.
Scherpte Maakt de contouren van een opname scherp of zacht.
Contrast Stelt het contrast van de opname in.
De instellingen kunnen niet worden gewijzigd in de Picture-functie en de stand H (p.50).
EindeEindeEinde
Einde
Beeldtint
Opname
Opnamepixels
Kwaliteitsniveau
Kleurverzadiging
Scherpte
Contrast
Einde
Beeldtint
Opname
Opnamepixels
Kwaliteitsniveau
Kleurverzadiging
Scherpte
Contrast
Einde
Beeldtint
Opname
Opnamepixels
Kwaliteitsniveau
Kleurverzadiging
Scherpte
Contrast