Operation Manual

Table Of Contents
86
ISO-filmgevoeligheidsinstelling ISO-gevoeligheid
De ISO-gevoeligheid kan net als bij gewone films worden ingesteld.
Deze instellingen betreffen alleen P (geprogrammeerde automatische belichting),
TV (automatische belichting met sluitertijdvoorkeuze), AV (automatische belichting met
diafragmavoorkeuze) en M (handmatige belichting). In het standaardprogramma van de
automatische belichting wordt de automatische filmgevoeligheidsinstelling ingesteld,
los van de hier gemaakte instellingen.
De instelling van de ISO-gevoeligheid.
Instelling van een grotere ISO-gevoeligheid betekent een kortere belichtingstijd, maar ook een
lagere beeldkwaliteit.
De standaardinstelling van de ISO-gevoeligheid is 100. Daarnaast zijn ISO 25, 50, 200 en 400
beschikbaar.
1 Het scherm [ISO Speed] (ISO-gevoeligheid)
weergeven
1Zet de camera aan en draai de functiekiezer naar de
opnamefunctie ( ).
2Als u op de menuknop drukt en op de rechterpijl (s)
van de vierwegbesturing drukt, verschijnt het menu
[Photo Assist] (fotohulp).
3Gebruik de pijl-omlaag () van de vierwegbesturing
om de tekst [ISO Speed] (ISO-gevoeligheid) te
markeren en druk op de linker soft-toets om [Edit] te
selecteren.
Het scherm [ISO Speed] verschijnt.
2 De [ISO Speed] (ISO-gevoeligheid) instellen
1Gebruik de pijl-omhoog en pijl-omlaag (▲▼) van de
vierwegbesturing om de gewenste ISO-gevoeligheid
te markeren en druk op de linker soft-toets om [Select]
te kiezen.
De geselecteerde ISO-gevoeligheid wordt ingesteld en
het menu [Photo Assist] (fotohulp), verschijnt weer.
2Als u [Exit] (afsluiten) selecteert met de rechter
softtoets, wordt de opnamestatus hersteld.
U kunt nu opnamen maken met de ingestelde
ISO-gevoeligheid.
Menu [Photo Assist] (fotohulp)
Scherm [ISO Speed] (ISO-gevoeligheid)
Vinkje
De huidige instelling van
de ISO-gevoeligheid