Operation Manual

Table Of Contents
82
Scherpstelbereik voor autofocus instellen AF-bereik
Stelt het scherpstelbereik in voor de autofocus (0,02 m tot 0,6 m voor de maximale telestand; 0,2 m
tot 0,6 m voor de rest van het bereik).
Bij het maken van opnamen terwijl de handmatige scherpstelling actief is ( blz. 73), zijn de
betreffende instellingen uitgeschakeld. Deze instellingen betreffen alleen P (geprogrammeerde
automatische belichting), TV (automatische belichting met sluitertijdvoorkeuze), AV
(automatische belichting met diafragmavoorkeuze) en M (handmatige belichting). In het
standaardprogramma van de automatische belichting wordt het bereik automatisch ingesteld,
los van de hier gemaakte instellingen.
1 Het scherm [AF Range] weergeven.
1Zet de camera aan en draai de functiekiezer naar de
opnamefunctie ( ).
2Als u op de menuknop drukt en op de rechterpijl s
van de vierwegbesturing drukt, verschijnt het menu
[Photo Assist] (fotohulp).
3Controleer of de tekst [AF Range] gemarkeerd is en
selecteer [Edit] door op de linker soft-toets te drukken.
Het scherm [Auto Focus Range] verschijnt.
2 Het autofocusbereik selecteren
1Gebruik de toetsen pijl-omhoog en pijl-omlaag (▲▼)
van de vierwegbesturing om het in te stellen onderdeel
te markeren en druk op de linker soft-toets om [Select]
te kiezen.
Het geselecteerde AF-bereik en het menu [Capture
Mode] verschijnt.
2Als u met de rechter soft-toets [Exit] (afsluiten)
selecteert, wordt de opnamestatus hersteld.
U kunt nu opnamen maken met het ingestelde
AF-bereik.
Stel het scherpstelbereik weer in op Normaal als u
klaar bent met macro-opnamen.
De ontspanknop kan worden bediend, zelfs wanneer
niet op het onderwerp is scherpgesteld binnen het
normale scherpstelbereik; in de macrofunctie kan de
ontspanknop alleen worden bediend als op het
onderwerp is scherpgesteld.
Menu [Photo Assist] (fotohulp)
De huidige instelling van het AF-bereik
Vinkje
Scherm [Auto Focus Range]