Operation Manual

Table Of Contents
79
BESTANDSINSTELLINGEN
VERSCHILLENDE FUNCTIES
BESTANDSINSTELLINGEN
Bestandsinstellingen instellen voor enkelbeeldopnamen, serieopnamen en intervalopnamen.
Intervalopnamen instellen blz. 66
Indelingen voor opslag van beelden
JPEG (indeling met compressie), TIFF (indeling zonder compressie)
Kwaliteitsniveau (mate van compressie) van beeld bij opslag in indeling JPEG
Goed, Beter, Best
Beeldresolutie
Volledig (1600 × 1280 pixels), 1/4 (800 × 640 pixels)
Kleur
Volledig, Z-W, Sepia
Indeling en grootte van beelden instellen Bestandsinstellingen
Bestandsinstellingen instellen voor enkelbeeldopnamen, serieopnamen en intervalopnamen.
De bestandsinstelling wordt in de camera vastgehouden en blijft dus altijd gelden,
ook wanneer de camera wordt uitgezet. Selecteer [Default] (standaard) op het scherm
[File Settings] om de fabrieksinstelling te herstellen.
1 Het scherm [File Settings]
(bestandsinstelling)
1Zet de camera aan en draai de functiekiezer naar de
opnamefunctie ( ).
2Als u op de menuknop drukt, verschijnt het menu
[Capture Settings] (opname-instellingen).
3Controleer of de tekst [File] is gemarkeerd en druk op
de linker soft-toets om [Edit] te selecteren.
Het scherm [File Settings] verschijnt.
Menu [Capture Settings]