Operation Manual

Table Of Contents
76
Bij geprogrammeerde automatische belichting
( ), automatische belichting met sluitertijd-
voorkeuze ( ), automatische belichting met
diafragmavoorkeuze ( )
1Stel de belichtingsfunctiekiezer in op geprogrammeerde
automatische belichting ( ), automatische belichting
met sluitertijdvoorkeuze ( ) of automatische belichting
met diafragmavoorkeuze ( ).
De sluitertijd en diafragmawaarde worden weergegeven
in de zoeker.
2Richt de camera op het onderwerp dat u wilt
fotograferen.
3Stel een sluitertijd in als automatische belichting met
sluitertijdvoorkeuze is ingesteld, of stel een diafragma
in als automatische belichting met
diafragmavoorkeuze is ingesteld.
4Druk eenmaal op de belichtingsgeheugenknop.
De belichting (sluitertijd en diafragma) wordt
vastgehouden in het geheugen en het belichtings-
geheugensymbool ( ) verschijnt in de zoeker.
5Richt de camera op het te fotograferen onderwerp en
druk de ontspanknop in terwijl het belichtings-
geheugensymbool zichtbaar is.
Alle opnamen die worden gemaakt terwijl het
belichtingsgeheugensymbool zichtbaar is, krijgen
dezelfde belichting.
Bij een druk op de belichtingsgeheugenknop wordt de
belichting twintig seconden vastgehouden in het
geheugen. Om het belichtingsgeheugen te annuleren,
drukt u nogmaals op de belichtingsgeheugenknop of
doet u 20 seconden lang niets met de camera, tot het
belichtingsgeheugensymbool ( ) verdwijnt.