Operation Manual

Table Of Contents
75
DE VERSCHILLENDE OPNAMEMETHODEN
VERSCHILLENDE FUNCTIES
Opnamen maken met het belichtingsgeheugen Belichtingsgeheugenknop
Het belichtingsgeheugen is een functie die ervoor zorgt dat de camera de huidige belichting
onthoudt. De functie werkt goed in combinatie met spotmeting.
Wanneer het te fotograferen onderwerp zich niet midden op het scherm bevindt en de achtergrond
te licht of te donker is, kan de opname worden gemaakt door de optimale belichting voor het
onderwerp vast te houden, ongeacht het feit of de achtergrond te licht of te donker is.
Wanneer automatische belichting met standaardprogramma (lachend gezichtje) is ingesteld
als belichtingsfunctie, handmatige belichtingsfunctie, is de belichtingsgeheugenknop
uitgeschakeld. Druk de ontspanknop tot halverwege in om de belichting vast te houden.
1 De camera gereedmaken
1Controleer of de batterij en de CF-kaart zijn geplaatst.
2Zet de camera aan en draai de functiekiezer naar de
opnamefunctie.
2 De belichting vasthouden
In de Picture-functie
1Selecteer een geprogrammeerde automatische
belichtingsfunctie, uitgezonderd de automatische
belichtingsfunctie met standaardprogramma.
De belichtingsinstellingen worden weergegeven in
de zoeker.
2Richt de camera op het onderwerp waarvan u de
belichting wilt vasthouden in het geheugen.
Om de belichting te controleren, drukt u de
ontspanknop tot halverwege in, zodat de sluitertijd en
het diafragma zichtbaar worden.
3Druk eenmaal op de belichtingsgeheugenknop.
De belichting (sluitertijd en diafragma) wordt
vastgehouden in het geheugen en het belichtings-
geheugensymbool ( ) verschijnt in de zoeker.
4Richt de camera op het te fotograferen onderwerp
en druk de ontspanknop in terwijl het belichtings-
geheugensymbool zichtbaar is.