Operation Manual

Table Of Contents
73
DE VERSCHILLENDE OPNAMEMETHODEN
VERSCHILLENDE FUNCTIES
2 De sluitertijd instellen
1Draai de selectie kiezer om de sluitertijd in te stellen.
De geselecteerde sluitertijd wordt weergegeven op het
LCD en in de zoeker.
Voor een langere sluitertijd draait u de kiezer naar
rechts.
Voor een kortere sluitertijd draait u de kiezer naar links.
3 Het diafragma instellen
1Om het diafragma in te stellen, draait u de selectie-
kiezer terwijl u de belichtingscorrectie/AV-knop indrukt.
Het geselecteerde diafragma wordt weergegeven op
de LCD monitor en in de zoeker.
Voor een kleiner diafragma draait u de kiezer naar
rechts.
Voor een groter diafragma draait u de kiezer naar
links.
4 Opnamen maken
1Zorg dat het gewenste onderwerp zich binnen het
AF-kader in de zoeker bevindt en druk de
ontspanknop tot halverwege in.
De ingestelde sluitertijd en diafragmawaarde worden
weergegeven in de zoeker.
2Als de ontspanknop helemaal wordt ingedrukt, wordt
de opname gemaakt met de ingestelde sluitertijd en
diafragmawaarde.
Handmatig scherpstellen Handmatige scherpstelling
U kunt handmatig scherpstellen.
1 De LCD-monitor weergeven
1Zet de camera aan en draai de functiekiezer naar de
opnamefunctie ( ).
2Druk op de weergaveknop om de LCD-monitor weer te
geven.
Bij handmatige scherpstelling dient de LCD-monitor te
worden gebruikt voor het maken van opnamen.