Operation Manual

Table Of Contents
71
DE VERSCHILLENDE OPNAMEMETHODEN
VERSCHILLENDE FUNCTIES
Opnamen maken met automatische belichting met diafragmavoorkeuze
De sluitertijd wordt automatisch geselecteerd op basis van het ingestelde diafragma.
1 Automatische belichting met
diafragmavoorkeuze instellen als
belichtingsfunctie.
1Zet de camera aan en draai de functiekiezer naar de
opnamefunctie ( ).
2Draai de belichtingsfunctiekiezer naar [ ]
(automatische belichting met diafragmavoorkeuze).
De huidige instellingen worden weergegeven op het
LCD.
2 Het diafragma instellen
1Draai de selectiekiezer om het diafragma te wijzigen.
Het geselecteerde diafragma wordt weergegeven op
het LCD en in de zoeker.
Voor een kleiner diafragma draait u de kiezer naar
rechts.
Voor een groter diafragma draait u de kiezer naar
links.
Om de belichting aan te passen, draait u de
selectiekiezer terwijl u de belichtingscorrectie/AV-knop
indrukt. De belichting aanpassen blz. 69
2Zorg dat het gewenste onderwerp zich binnen het
AF-kader in de zoeker bevindt en druk de
ontspanknop tot halverwege in.
De correcte sluitertijd, gebaseerd op het
geselecteerde diafragma, verschijnt in de zoeker.
3Als de ontspanknop helemaal wordt ingedrukt, wordt
de opname gemaakt met een sluitertijd die is
gebaseerd op het ingestelde diafragma.
Selectiekiezer