Operation Manual

Table Of Contents
67
DE VERSCHILLENDE OPNAMEMETHODEN
VERSCHILLENDE FUNCTIES
3 Overschakelen op de intervalopnamefunctie
1Druk tweemaal op de drive-knop om de interval-
opnamefunctie ( ) weer te geven op het LCD.
Druk op de weergaveknop als u opnamen wilt maken
via de LCD-monitor.
4 Intervalopname starten
1Zorg dat het gewenste onderwerp zich binnen het
AF-kader in de zoeker bevindt en druk de
ontspanknop tot halverwege in.
2Controleer of het AF-symbool in de zoeker staat en
druk de ontspanknop helemaal in.
De eerste opname wordt gemaakt. Op de LCD-monitor
verschijnt het opgenomen beeld en een timer die
terugtelt (de tijd gemeten op basis van het aantal
beelden en het vaste interval). Ook het aantal reeds
gemaakte opnamen wordt getoond.
De intervalopname kan op elk gewenst moment
worden afgebroken door op de rechter soft-toets te
drukken om [Stop] te selecteren.
3Als de intervalopname klaar is, verschijnt het eerste
opgenomen beeld op het instantcontrolescherm.
Alle met de intervalopnamefunctie gemaakte beelden
worden op de CF-kaart opgeslagen als groep.
Selecteer [Delete] door op de middelste soft-toets te
drukken om met de intervalopnamefunctie opgenomen
beelden te verwijderen terwijl het
instantcontrolescherm zichtbaar is.
Bij het maken van opnamen in de
intervalopnamefunctie is de functie voor automatische
uitschakeling van de camera niet actief.
Belangrijk
Bij het fotograferen van een onderwerp via de LCD-
monitor kan er licht in de zoeker vallen en de opname
beïnvloeden. Gebruik het meegeleverde oculairkapje om
te voorkomen dat er licht in de zoeker valt.
Drive-knop Symbool intervalopnamefunctie
Het scherm tijdens het maken van
opnamen
Aantal beeldenTimer-weergave