Operation Manual

Table Of Contents
55
DE FUNCTIEKNOP GEBRUIKEN
GOEDE OPNAMEN MAKEN
Alle opnamen die worden gemaakt binnen twintig
seconden nadat het belichtingsgeheugen is
geactiveerd, krijgen dezelfde belichting.
Om het belichtingsgeheugen te annuleren, drukt u
nogmaals op de belichtingsgeheugenknop of doet u
20 seconden niets met de camera tot het belichtings-
geheugensymbool ( ) verdwijnt.
De AF-functie instellen Knop voor AF-kader
Selecteer een breed of een spot AF-kader in de autofocusfunctie. De standaardinstelling is breed.
Gebruik het spot AF-kader als u wilt scherpstellen op een bepaald (klein) onderwerp.
1Controleer of de batterij en de CF-kaart zijn geplaatst.
2Zet de camera aan en draai de functiekiezer naar het
opnamefunctiesymbool.
1Controleer de huidige instelling voor het AF-kader op
het LCD.
2Druk op de knop voor het AF-kader.
Afwisselend wordt het brede AF-kader en het spot
AF-kader weergegeven.
1
De camera gereedmaken
2
Overschakelen op een
ander AF-kader
AF-kader - breed
AF-kader - spot