Operation Manual

Table Of Contents
49
DE FUNCTIEKNOP GEBRUIKEN
GOEDE OPNAMEN MAKEN
LCD en instelling van flitserfunctie
Bij een druk op de flitserfunctieknop verschijnt op het
LCD een symbool dat de instelling van de flitser
aangeeft.
In de volgende tabel worden de verschillende
flitsersymbolen en de flitsomstandigheden beschreven.
0
Automatische flitser.
Flitser gaat af indien nodig.
1
Automatische flitsen + rode-ogenreductie.
Flitser gaat af indien nodig.
Voordat de hoofdflitser afgaat, wordt een kleinere flits afgegeven om het
rode-ogen verschijnsel te verminderen (rode-ogenreductie).
2
Flitsen met daglichtsynchronisatie. De flitser gaat altijd af, zelfs bij
voldoende licht of tegenlicht.
3
Symbolen voor rode-ogenreductie & flitsen met daglichtsynchronisatie.
Rode-ogenreductie en flitsen met daglichtsynchronisatie.
De flitser gaat altijd af en de rode-ogenreductie is actief wanneer de flitser
afgaat.
* Wanneer op de flitserfunctieknop wordt gedrukt terwijl wordt weergegeven, schakelt de
camera over op automatisch flitsen.
Als P (programma), TV (sluitertijdvoorkeuze), AV
(diafragmavoorkeuze) of M (handmatige belichting) is
ingesteld met de belichtingsfunctiekiezer, kunnen de
functies Automatisch flitsen en Automatisch flitsen +
rode-ogenreductie niet worden ingesteld, zelfs niet met
de flitserfunctieknop.
Alleen flitsen met daglichtsynchronisatie of flitsen met
daglichtsynchronisatie + rode-ogenreductie kan
worden ingesteld.
De zoomring gebruiken
Met de zoomring kan het scherpstelbereik worden aangepast naar de telestand en de
groothoekstand. Deze camera heeft een digitale zoomfunctie, die het mogelijk maakt het
vergrotingsniveau van opnamen uit te breiden tot 1,2 ×, 1,5 × of 2 × wanneer u een opname
maakt via de LCD-monitor.
1Controleer of de batterij en de CF-kaart zijn geplaatst.
2Zet de camera aan en draai de functiekiezer naar het
opnamefunctiesymbool .
1
De camera gereedmaken
Aantal keren dat flitserfunctie-
knop wordt ingedrukt
Symbool op
LCD
Flitserfunctie